Onwetendheid

Vreemd niets te weten, nooit zeker te zijn
van wat waar is , goed of echt
maar steeds te moeten matigen: Zo lijkt het mij,
Tenminste dat vind ik,
Wie weet.

Vreemd zo onwetend over hoe de dingen werken:
hoe ze dat wat ze nodig hebben kunnen vinden,
hoe ze hun vorm en hun precieze zaaitijd weten,
bereid verandering te ondergaan.
Ja, het is vreemd

zelfs om zulk weten te bevatten – ons vlees
omvat ons immers met zijn eigen wil –
en toch ons hele leven besteden aan probeersels,
zodat als we beginnen dood te gaan
we geen idee hebben waaraan.

Judith Herzberg